Impact van online discriminatie: jongeren voelen zich machteloos en onveilig

Jongeren tussen de 16 en 24 jaar ervaren negativiteit en zien veel beledigende berichten in de online omgeving. Zij hebben te maken met online haat en discriminatie, gericht aan henzelf of aan anderen. De discriminatie heeft behoorlijke impact op jongeren. Hoe meer discriminatie jongeren online zien, hoe meer negatieve emoties en depressieve klachten zij hebben. Dit blijkt uit een verkennend onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS).

KIS publicatie
Discriminatie

KIS heeft onderzoek gedaan naar de ervaringen van online discriminatie en haatspraak van jongeren tussen de 16 en 24 jaar. En wat de impact daarvan is op deze jongeren. Het onderzoek bestond uit een beknopt literatuuronderzoek, online vragenlijst, interviews en meerdere focusgroepen met jongeren die weleens negatieve of beledigende berichten online zien. De verkenning kan helpen de aanpak en het beleid tegen online haatspraak en discriminatie te verbeteren.

Haat op sociale media

Uit de vragenlijst komt naar voren dat jongeren de meeste online haat en discriminatie tegenkomen op TikTok. Maar ook op andere socialemediakanalen zoals Snapchat en Instagram en tijdens het online gamen zien jongeren deze berichten. TikTok wordt als het extreemst ervaren, met ‘grappig bedoelde’ TikToks over gevoelige onderwerpen zoals slavernij. Ook de jongeren die geen TikTok (meer) hebben, vertellen dat het lastig is om te ontkomen aan de haatdragende content omdat die vaak viraal gaat via Instagram, Snapchat en YouTube. 

Wat is online haat en discriminatie?

Online haat en discriminatie zijn online uitingen die aanzetten tot geweld of die geweld bevorderen, verspreiden of rechtvaardigen. Ook gaat het om discriminerende uitingen richting een persoon of een groep, of uitingen die personen kleineren vanwege hun persoonlijke kenmerken zoals huidskleur, nationaliteit of gender.

Onderdeel van je identiteit

‘Online discriminatie hoort erbij, negen van de tien berichten zijn negatief. Het is normaal,’ zegt een jongere uit het onderzoek. Een groot deel van de geïnterviewde jongeren sluit zich hierbij aan. Een deel van hen voelt zich toch persoonlijk geraakt door berichten of reacties die al dan niet aan hen zijn gericht: ‘Ik voel me gewoon aangesproken als er iets wordt gezegd over ‘die moslims’. Daar ben ik een onderdeel van. Als ze iets zeggen over ‘allochtonen’, voel ik me ook aangesproken, als ze iets zeggen over Marokkanen hetzelfde. Het geldt voor alles dat onderdeel is van jouw identiteit. Alles dat linkt naar jouw wortels. Vooral als mensen in algemene termen praten.’ Negatieve of kwetsende reacties over hun religie lijken de jongeren persoonlijker op te vatten dan andere discriminerende of haatdragende opmerkingen.

Online heeft impact op offline

‘Het onderzoek maakt duidelijk dat de online en offline wereld met elkaar verweven zijn. Het is niet los van elkaar te zien. Ervaringen online hebben impact offline’, aldus KIS-onderzoeker Koen Kros. Uit de vragenlijst komt naar voren dat hoe meer discriminatie jongeren online ervaren, hoe meer zij zichzelf terugtrekken van sociale activiteiten zoals het opzoeken van vrienden. Ook komt naar voren dat hoe meer online haat iemand ervaart, hoe meer negatieve emoties en hoe meer depressieve klachten deze persoon heeft. Dit kan zijn uitwerkingen hebben in de offline wereld, blijkt ook uit de gesprekken met jongeren. Ze geven aan dat online haat en discriminatie bijvoorbeeld kan leiden tot een verminderd gevoel van veiligheid en angst voor ‘offline’ discriminatie. Of dat ze zich ‘offline’ anders gaan gedragen om niet te voldoen aan de negatieve stereotypen en vooroordelen die zij online tegenkomen.

Op een gegeven moment tast het jouw veiligheidsgevoel wel aan als er heel vaak comments worden gemaakt als je iets post

Onveiligheid

Sommige jongeren zijn bang dat hun eigen online berichten verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden of dat ze onbedoeld een negatief beeld van de eigen groep creëren. In het algemeen zijn jongeren bang dat persoonlijke informatie kan worden achterhaald, wat ook een gevoel van onveiligheid met zich meebrengt. Een deel van de gesproken jongeren uit steeds minder hun mening online. Ze zijn zich minder veilig gaan voelen: ‘Op een gegeven moment tast het jouw veiligheidsgevoel wel aan als er heel vaak comments worden gemaakt als je iets post. Dan ben je steeds minder geneigd om bepaalde dingen te delen.’ Dit zorgt ervoor dat er jongeren zijn die van sociale media afgaan of hun gedrag aanpassen door bijvoorbeeld geen foto’s te plaatsen of onherkenbaar te blijven online.

Machteloos

Dat jongeren zich vaak machteloos voelen als het gaat om de aanpak van online haat en discriminatie, vindt onderzoeker Koen Kros een opvallende uitkomst van het onderzoek. ‘Ze zien geen uitweg. Daardoor is voor veel jongeren de online haat en discriminatie te genormaliseerd. Ze denken: dit hoort erbij, en daarom zien zij geen oplossing.’ Een jongere vertelt: ‘Online en offline discriminatie en racisme is niet weg te krijgen.’ Gesproken jongeren geven dan ook aan dat ze inmiddels een ‘dikke huid’ hebben, waardoor het makkelijker is om hiermee om te gaan. Gepaard met deze machteloosheid zien we dat deze jongeren weinig vertrouwen in instanties hebben om online haat en discriminatie tegen te gaan. KIS-onderzoeker Maxime Yenga vertelt dat jongeren weinig tot geen vertrouwen hebben dat een melding of een klacht positief wordt afgehandeld, bijvoorbeeld door het sociale mediaplatform of de politie. Ook vinden zij dat de platforms strenger moeten modereren op haatdragende teksten. Want zolang dit soort teksten zichtbaar blijven, wordt haat en discriminatie online steeds meer genormaliseerd.

Positieve norm tegen haat

Volgens Kros biedt het veranderen van de norm dan ook de meeste beleidskansen tegen online discriminatie. Een jongere uit het onderzoek ziet hier een rol voor het onderwijs, door gastlessen over discriminatie en vooroordelen te verzorgen. Ook zou het melden van haatberichten beter moeten lonen, zodat er effectief iets mee gedaan wordt. Dit is iets dat volgens jongeren nu niet gebeurt.

Wat kun je als professional doen?

Tips voor sociaal professionals die met jongeren werken:

  • Houd er rekening mee dat wat er online gebeurt effect kan hebben op jongeren offline. Het kan beïnvloeden hoe zij zich voelen of hoe zij zich gedragen. De online en offline werelden zijn met elkaar verweven.
  • Werk actief mee aan het afzwakken van de bestaande norm dat online haat en discriminatie ‘erbij hoort’. Zet hier een positieve sociale norm voor in de plaats neer. Bijvoorbeeld door zelf als omstander in te grijpen of steun te geven aan de mensen die gediscrimineerd worden. 
  • Ondersteun jongeren in het maken van een melding als ze online haat of discriminatie ervaren: bij een platform, een antidiscriminatievoorziening of de politie. 
  • Zet effectieve interventies in die zich richten op de aanpak van online haat en discriminatie, of ontwikkel deze. Bekijk bijvoorbeeld de database antidiscriminatie-interventies van KIS.

Download de publicatie

Publicatie details

Titel
Ervaren online haatspraak en discriminatie door jongeren
Auteur
Joline Verloove, Koen Kros, Maxime Yenga en Serena Does
Uitgever
Kennisplatform Inclusief Samenleven
Jaar van uitgave
2024

Meer informatie?Neem contact op met:

Koen Kros

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 030-7892001
Afbeelding

Maxime Yenga

icon_chevron Stuur een e-mail
Afbeelding
Portretfoto Maxime Yenga