De opvang van Oekraïners laat zien dat het ook anders kan

Wat kunnen we leren van de opvang van Oekraïners in Nederland? Wat zijn waardevolle inzichten voor andere nieuwkomers? We gaan erover in gesprek met KIS onderzoekers Bora Avrić en Marjan de Gruijter.

Door: Jessica Maas

 

Artikel
Vluchtelingen

Sinds het begin van de oorlog in 2022 zijn volgens de UNHRC meer dan zes miljoen mensen naar Europese landen gevlucht. Meer dan 110.000 Oekraïense vluchtelingen staan – anno mei 2024 – geregistreerd bij Nederlandse gemeenten. Marjan de Gruijter, senior onderzoeker bij KIS en het Verwey-Jonker Instituut, doet al jaren onderzoek naar de integratie en arbeidsparticipatie van nieuwkomers. Zij onderzoekt ook hoe het de groep ‘ontheemden’ - zoals Oekraïense vluchtelingen door het rijk worden genoemd, vergaat. 

Het werden meteen 'onze Oekraïners'

“We hebben gezien en geleerd hoe fijn en goed het is voor nieuwkomers om direct aan het werk te gaan. De work first-benadering helpt. Mensen hebben meteen iets om handen, mogen geld verdienen en kunnen op deze manier ook iets betekenen voor het land waar ze worden opgevangen.’ Een tweede belangrijke les gaat volgens de Gruijter over de opvang dóór gemeenten. ‘Gemeenten waren letterlijk vanaf dag één aan zet. Dit geeft een inbedding in de lokale context, het werden meteen ‘onze Oekraïners.’  Hierdoor leerden gemeenten de behoeften en knelpunten van de Oekraïense vluchtelingen ook veel beter kennen, vult Bora Avrić, senior adviseur bij KIS en Movisie aan: ‘Allerlei partijen – formeel en informeel – waren direct betrokken, dat werkt heel goed.’

Bij asielzoekers die door het COA worden opgevangen, komt die lokale connectie vaak veel later op gang. Het duurt veel langer voordat statushouders weten wat hun nieuwe woonplek wordt.

Verschillen in beleid en opvang

De verschillen in beleid en opvang tussen ‘reguliere asielzoekers en statushouders’ en de Oekraïense groep zijn groot. Dat is niet makkelijk voor ambtenaren en andere professionals in het sociale domein, merkt De Gruijter. ‘Bij de Syrische asielzoeker, die ook graag aan het werk wilt, mag dit niet.’ Ook Avrić hoorde dezelfde worsteling: ‘Wat is er nu zo anders aan deze groep? Waarom krijgen we dit nu wel allemaal van de grond? En dan heb ik het niet alleen over statushouders maar ook over EU-arbeidsmigranten. Waarom de lijn niet doortrekken?’

In de tijd dat het onderzoek van De Gruijter naar de arbeidsparticipatie van de Oekraïense vluchtelingen van start ging, sliepen in Ter Apel andere vluchtelingen buiten.  ‘Dat was voor lokale ambtenaren soms echt heel lastig. Hoe valt dat te rijmen met de enorme opvangoperatie die voor Oekraïners is georganiseerd?’

Wat zijn precies de verschillen in beleid?

Vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze richtlijn is op 4 maart 2022 door de Raad van de Europese Unie in werking gesteld, om de stroom vluchtelingen uit Oekraïne op te kunnen vangen, en om te garanderen dat ze in alle EU-lidstaten dezelfde rechten en bescherming hebben. Ze hebben daarmee meer uitgebreide rechten op bescherming in Nederland dan asielzoekers. Vluchtelingen uit Oekraïne mogen zich vrij vestigen in Nederland en hebben recht op opvang, leefgeld, onderwijs en zorg. Ook mogen zij werken zonder werkvergunning. 

Als asielzoekers naar Nederland komen, moet eerst nog worden vastgesteld of zij recht hebben op asiel in Nederland. Totdat dit is vastgesteld mogen zij alleen onder bepaalde voorwaarden werken. Zij hebben wel recht op onder andere opvang en medische zorg. Als asielzoekers een verblijfsvergunning hebben gekregen, worden zij - anders dan Oekraïners – inburgeringsplichtig. Zij krijgen dan ondersteuning en begeleiding bij de inburgering, zoals taallessen en hulp bij het vinden van werk.

Kanttekeningen

Maar De Gruijter plaatst ook kanttekeningen bij het beleid voor de Oekraïense vluchtelingen. ‘Ze staan aanvankelijk op voorsprong omdat ze zonder werkvergunning direct mogen werken, terwijl er bij asielzoekers allerlei beperkingen zijn. Maar als het gaat om mogelijkheden om mee te doen in de Nederlandse samenleving, valt dat toch tegen.’

‘Asielzoekers die in procedure zitten, mogen niet direct aan het werk, maar als zij eenmaal een verblijfsvergunning hebben, dan krijgen zij in de gemeente vanuit de Participatiewet wel gerichte ondersteuning bij het zoeken naar werk. En in het kader van de inburgering krijgen ze intensieve taallessen. Dit aanbod is er voor Oekraïners nauwelijks.’

Meteen aan de slag, aan het werk, helpt zeker. Maar alléén werk is niet goed.

De Gruijter merkte in haar onderzoek hoe de onzekerheid over hun verblijf in Nederland aan de Oekraïense groep vreet. Pas na de zomer horen Oekraïners of, en hoelang ze kunnen blijven in Nederland. Ze tasten nog volledig in het duister over hun toekomst. Het huidige opvangregime duurt tot begin maart 2025.’ Die onzekerheid heeft verstrekkende gevolgen voor meedoen in Nederland, bijvoorbeeld met het leren van de taal en het vinden van werk op het eigen opleidingsniveau. En onzekerheid heeft ook invloed op het mentale welzijn. 

Praktisch werk

Uit onderzoek naar de arbeidsparticipatie onder Oekraïners blijkt dat het gros praktisch geschoold werk doet. ‘Dat is eigenlijk onvermijdelijk bij migratie’, zegt Avrić. ‘Als ik morgen naar Brazilië ga en ik spreek de taal niet, dan zal ik waarschijnlijk ook onderaan beginnen. Dan ga ik ‘iets met mijn handen’ doen. Arbeid waar de taal niet voor nodig is.’ Kenmerkend aan de Nederlandse arbeidsmarkt, zegt Avrić, is bovendien dat bepaalde sectoren steeds op zoek zijn naar een nieuwe groep mensen die het werk doet dat heel veel Nederlanders niet willen doen. Je ziet dat er steeds verder in Europa naar mensen wordt gezocht.’

De onderzoekers zijn het eens. Meteen aan de slag, aan het werk, helpt zeker. Maar alléén werk is niet goed. Avrić: ‘Veel arbeidsmigranten hebben werk, maar nauwelijks tijd om de taal te leren. Dan wordt het toch een vicieuze cirkel. Zonder de taal wordt het heel moeilijk om echt mee te doen in Nederland en om een betere baan te vinden.’

Werk én taal

De uitdaging in het integratievraagstuk is volgens De Gruijter om een goede combinatie te vinden tussen werk en taal, zodat je ook verder kunt groeien in Nederland. ‘Er zijn veel mooie initiatieven op dit terrein, maar breed uitrollen blijkt complex.’

Avrić mist een goede doordachte visie op de arbeidsmarkt. ‘Wat voor een arbeidsmarkt willen we eigenlijk zijn? Hoe investeren we hierin? Wat is de rol van de werkgevers? Wat kan de gemeente hierin betekenen? Misschien is de vraag nog breder: wat voor soort samenleving willen we zijn?'

Door de huidige politieke ontwikkelingen in Den Haag – de komst van de nieuwe rechtse coalitie – groeien de vraagtekens in het land rondom migratie en integratiebeleid. De Gruijter kiest haar woorden zorgvuldig. ‘Uit onderzoek blijkt dat het voor nieuwkomers én de samenleving als geheel beter is als nieuwkomers direct kunnen meedoen, of zij nu tijdelijk of permanent in Nederland zullen blijven. Ik vind het heel zorgelijk als door bepaalde maatregelen mensen nóg langer in de wachtstand blijven zitten.’

Meer informatie?Neem contact op met:

Marjan de Gruijter

icon_chevron Stuur een e-mail
Afbeelding

Bora Avrić

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 030-7892141
Afbeelding